Bedrijfsmodel

De Verkadefabriek is sinds de oprichting in 2004 een stichting met een Raad van Toezicht. De raad werkt volgens het ‘cultural governance model’. De Verkadefabriek heeft de culturele ANBI-status. We werken met 35 medewerkers en 40 vrijwilligers om het onze gasten naar de zin te maken.
 
De Raad van Toezicht doet haar werkzaamheden onbezoldigd.
 
Bij aanvang is door de gemeente ’s-Hertogenbosch en de Verkadefabriek gekozen voor een innovatief model met ruimte voor ondernemerschap waarbij de horeca is ondergebracht in een aparte BV. De afspraken tussen deze BV en de Verkadefabriek zijn door gemeente en Verkadefabriek vastgelegd in een ondertekende overeenkomst.
 
Deze BV de Koekjesfabriek is een commerciële onderneming. De Koekjesfabriek pacht - tegen een door de gemeente vastgestelde commerciële pachtprijs - het café-restaurant. De BV deed de investeringen (dus zonder subsidie) en loopt het ondernemersrisico.
Het is daarmee te vergelijken met de verpachting van de horeca-taken aan een (externe) horecaondernemer. Zoals de horeca van het Noord-Brabants museum aan Maison van den Boer is verpacht.
 
De Verkadefabriek kan zich daarmee concentreren op haar culturele taak, is verzekerd van stabiele inkomsten uit pacht en komt niet in discussies over paracommercie terecht. Anderzijds ontstaat er ook geen discussie over de ANBI-status van de Verkadefabriek.
 
Alle aandelen van de Koekjesfabriek berusten bij een Stichting met een ideëel doel. Het bestuur van die stichting doet haar werk onbezoldigd. Eventueel rendement komt volledig aan kunst en cultuur in ’s-Hertogenbosch ten goede.
 
Uit deze middelen kon boekhandel Heinen een doorstart maken, werd het project OOG mee ondersteund, en ontvingen diverse theatergezelschappen en festivals middelen voor projecten. Vanaf 2017 zullen alle inkomsten naar de Stichting Verkadefabriek vloeien om daarmee een gedeelte van de opgelegde bezuiniging te dempen. 
 
De Koekjesfabriek opereert in een concurrerende, commerciële omgeving en voldoet aan dezelfde publicatie-eisen van de jaarrekening.
 
Onder andere door de hoge pachtinkomsten, parkeerinkomsten en verhuurinkomsten heeft de Verkadefabriek, zeker in vergelijking met andere culturele instellingen, zowel lokaal als landelijk bijzonder weinig gemeentesubsidie nodig. We startten in 2005 met bijna 50% gemeentesubsidie. Tien jaar later, in 2015, bedroeg deze rond de 24%. En door de opgelegde bezuinigingen daalt het de komende jaren verder naar 15%. In dezelfde periode tussen 2004 en 2015 verdubbelden we ons culturele aanbod naar bijna 300 podiumkunstactiviteiten en 5800 filmvertoningen per jaar. Het aantal bezoekers steeg naar 188.000 in 2015.
 
De Verkadefabriek wordt daarmee landelijk gezien als voorbeeld van cultureel maatschappelijk ondernemerschap. Inmiddels nam onder andere Stadsschouwburg Amsterdam het model van de Verkadefabriek over.
 
De Verkadefabriek verantwoordt de subsidie middels het jaarverslag.
X